ECLI:NL:RVS:2012:BY3376
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige wegens ontbreken wezenlijk Nederlands belang
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd om als zelfstandige te werken. De minister wees deze aanvraag af omdat de vreemdeling niet voldeed aan het vereiste van een wezenlijk Nederlands belang. De vreemdeling stelde dat de eis van een volledig ondernemingsplan niet correct werd toegepast en dat deze in strijd zou zijn met internationale verplichtingen.
De Raad van State overwoog dat het standstill-beginsel uit het Aanvullend Protocol met Turkije niet wordt geschonden door de huidige documentatievereisten, die zijn aangepast aan de gewijzigde economische omstandigheden sinds 1973. De vreemdeling had ondanks een hersteltermijn geen uittreksel van de Kamer van Koophandel en geen financieel plan overgelegd, waardoor de minister niet kon beoordelen of het beoogde bedrijf economisch levensvatbaar was.
De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris terecht de aanvraag niet voor advies aan de minister van EL&I heeft voorgelegd en dat de afwijzing terecht is gehandhaafd. De rechtbank had dit oordeel ook correct bevestigd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning bevestigd.