Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met Chinese nationaliteit en een medische voorgeschiedenis van niertransplantatie, verzocht om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege zijn gezondheidstoestand. Na eerdere procedures en medische adviezen van het Bureau Medische Advisering (BMA) oordeelde de staatssecretaris dat de noodzakelijke medische behandeling in China beschikbaar is en dat eiser in staat is te reizen.
De rechtbank stelde vast dat eiser zijn identiteit en nationaliteit niet aannemelijk heeft gemaakt met originele documenten, ondanks herhaalde verzoeken daartoe. Dit is een vereiste om te kunnen beoordelen of de medische behandeling in het land van herkomst feitelijk toegankelijk is. Eiser voerde aan dat verweerder al tien jaar niet twijfelde aan zijn identiteit en verwees naar eerdere jurisprudentie, maar de rechtbank oordeelde dat dit geen vervanging is voor geldig bewijs.
De rechtbank concludeerde dat verweerder zijn vergewisplicht zorgvuldig heeft uitgevoerd en dat het BMA-advies voldoende inzichtelijk en concludent is. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eiser zijn identiteit en nationaliteit niet met originele documenten heeft aangetoond, waardoor geen uitstel van vertrek wordt verleend.