ECLI:NL:RVS:2015:4012
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.B.M. Hent
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling afwijzing verzoek uitstel uitzetting wegens medische noodsituatie
De staatssecretaris wees het verzoek van de vreemdeling af om uitzetting achterwege te laten op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het Bureau Medische Advisering (BMA) het medisch dossier zorgvuldig en volledig had betrokken bij zijn advies, waarin werd geconcludeerd dat bij beëindiging van de behandeling geen medische noodsituatie ontstaat. De rechtbank had ten onrechte de informatie van een sociaal begeleider van het Platform Vluchtelingen en Asielzoekers Enschede meegewogen, terwijl dit geen medisch deskundig advies is.
De Afdeling stelde vast dat de vreemdeling geen contra-expertise had overgelegd die het BMA-advies zou kunnen weerleggen. Ook de door de vreemdeling aangevoerde omstandigheden zoals het ontbreken van een sociaal netwerk in Sierra Leone en de ebola-crisis werden niet als relevante factoren voor het oordeel over een medische noodsituatie beschouwd.
De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarmee het besluit van de staatssecretaris in stand bleef.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris blijft in stand.