ECLI:NL:RVS:2017:2772
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- E. Steendijk
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vaststelling beëindiging verblijfsrecht gemeenschapsonderdaan wegens niet-duurzame relatie
De staatssecretaris stelde bij besluit van 6 oktober 2015 vast dat de vreemdeling geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan meer had, omdat geen duurzame relatie met de Unieburger bestond. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep en voerde aan dat de relatie met de Unieburger feitelijk was verbroken en dat de vreemdeling geen duurzame relatie had, mede vanwege het verwekken van een kind met zijn ex-partner tijdens de relatie. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het besluit onzorgvuldig was voorbereid en dat de motivering onvoldoende was.
Verder stelde de Raad vast dat de vreemdeling niet aannemelijk had gemaakt dat hij drie jaar onafgebroken een relatie had, waardoor het verblijfsrecht niet behouden bleef. Ook werd geoordeeld dat het beroep op artikel 8 EVRM Pro niet tot verblijf leidt en dat de sociale en economische banden niet relevant waren voor de beëindiging van het verblijfsrecht.
De Raad verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan is beëindigd.