Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Uitspraak van 28 juni 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:1346)
(…)
4. De vreemdeling klaagt in zijn grief dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de staatssecretaris het terugkeerbesluit terecht heeft genomen. De vreemdeling voert aan dat hij rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 20 van Pro het VWEU en het arrest van het Hof van Justitie van 10 mei 2017, Chavez-Vilchez, ECLI:EU:C:2017:354. (…) Volgens de vreemdeling heeft de rechtbank niet onderkend dat het terugkeerbesluit in strijd is met de Terugkeerrichtlijn. Hij verwijst naar het arrest van het Hof van 8 mei 2018, K.A., ECLI:EU:C:2018:308. Gelet op zijn verklaringen tijdens het gehoor heeft hij aannemelijk gemaakt dat hij een minderjarig Nederlands kind heeft. De staatssecretaris had nader onderzoek moeten verrichten naar het bestaan van een afgeleid verblijfsrecht en de vreemdeling in de gelegenheid moeten stellen om de afhankelijkheidsverhouding tussen hem en zijn dochter met documenten te onderbouwen. Het besluit is niet zorgvuldig voorbereid, aldus de vreemdeling.
6. Vooropgesteld moet worden dat het de verantwoordelijkheid van de staatssecretaris is om een terugkeerbesluit in alle gevallen zorgvuldig voor te bereiden. Dit houdt in dat voordat een terugkeerbesluit wordt genomen, de vreemdeling tijdens het gehoor in voldoende mate in de gelegenheid wordt gesteld om zijn situatie naar voren te brengen. Zo nodig moet naar aanleiding van de gegeven verklaringen worden doorgevraagd. Op die manier heeft de vreemdeling de mogelijkheid om vergissingen te corrigeren en om persoonlijke omstandigheden aan te voeren die ondersteunen dat hij rechtmatig in Nederland verblijft. Dit stelt de staatssecretaris in staat om rekening te houden met alle relevante elementen. Hij moet met de nodige aandacht kennisnemen van de verklaringen van de vreemdeling en alle relevante gegevens zorgvuldig en onpartijdig onderzoeken (zie de arresten van het Hof van 5 november 2014, Mukarubega, ECLI:EU:C:2014:2336, punten 47 en 48, en 11 december 2014, Boudjlida, ECLI:EU:C:2014:2431, punten 37 en 38).
Uitspraak van 28 juni 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:1360)
(…)
Uitspraak van 30 augustus 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:1978)
Uitspraak van 8 september 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:1997)
(…)
1. In zijn enige grief klaagt de vreemdeling terecht dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat uit de door hem afgelegde verklaringen tijdens het gehoor van 9 maart 2020 onvoldoende is gebleken dat hij op dat moment over een afgeleid verblijfsrecht beschikte als bedoeld in het arrest van het Hof van Justitie van 10 mei 2017, Chavez-Vilchez, ECLI:EU:C:2017:354. Op de tijdens het gehoor gestelde vragen of hij belangen heeft in Nederland en met welke bijzonderheden rekening moet worden gehouden bij het opleggen van een terugkeerbesluit, heeft de vreemdeling meermaals verklaard dat hij kinderen in Nederland heeft. Uit het verslag van het gehoor blijkt dat op deze verklaringen niet is doorgevraagd. Zo is de vreemdeling niet gevraagd naar de nationaliteit van zijn kinderen en in hoeverre hij voor hen zorgt. De staatssecretaris had dat onder de gegeven omstandigheden wel moeten doen. De Afdeling wijst ter vergelijking naar haar uitspraak van 28 juni 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1346, onder 6.2. Pas op basis van de dan verkregen informatie had de staatssecretaris kunnen beoordelen of de vreemdeling voldoende concrete aanknopingspunten voor het mogelijke bestaan van een afgeleid verblijfsrecht naar voren heeft gebracht en of hij daarnaar nader onderzoek zou moeten doen. Gelet op het voorgaande is het terugkeerbesluit niet zorgvuldig voorbereid (artikel 3:2 van Pro de Awb).
(…)
- Ik ben in 2000 vertrokken uit Ecuador en ben toen naar Spanje gegaan. Toen ik uit Ecuador vertrok was ik in bezit van een paspoort en ik had een uitnodigingsbrief. Ik was minderjarig toen, mijn vader heeft dit voor mij geregeld;
- Deze (mijn verblijfsvergunning) is verlopen maar we hebben een nieuwe aangevraagd. Deze aanvraag is afgewezen maar we zijn in beroep gegaan omdat ik kinderen in Spanje heb. Hier heb ik nog geen antwoord op.
- Deze (de formulieren van dat beroep) liggen bij mijn advocaat. Hij heet Cesar Maldonado. Ik heb een kaartje van hem in mijn portemonnee. U kunt hem gewoon bellen.
- Ik ben vijf jaar in België woonachtig geweest (…) Omdat de vader van mijn kinderen maar België is verhuisd zijn wij ook naar België verhuisd. (...) Ze hebben mij België uitgezet en gezegd dat ik terug moest naar Ecuador. Ik heb gezegd dat ik niet terug ging naar Ecuador. Men heeft toen contact gezocht met de Spaanse autoriteiten. Vervolgens heeft men ons uitgezet naar Spanje.
- Ik woon in Spanje. (…) Ik moest huwelijkspapieren ophalen in België. Die heb ik niet gekregen, ik moest deze later ophalen.
- A: Mijn paspoort ligt bij mijn familie in Spanje.
- V: Dus dat kunt u hier naar Nederland laten komen?
- A: Ja hoor dat is geen enkel probleem.
- V: U heeft voor langere tijd in hechtenis gezeten, waarom heeft u deze papieren niet zelf al geregeld?
- A: Dat heb ik gedaan, ik heb alles laten doorsturen naar de manager van de gevangenis. Zij hebben nu alle documenten. Mijn nicht stond bij de gevangenis klaar om mij op te halen, ze had ook al een kaart voor de bus geregeld. Alleen ik werd niet vrij gelaten en ik zit nu hier.
- V: Dus uw nicht heeft alle kopieën van alle documenten?
- A: Ja deze zijn ook in de gevangenis. Het gaat om een paspoort van mij en mij kinderen en de papieren van de school van de kinderen. Ook een document waarin de verlenging gemeld wordt.
- V: Heeft U hier familie en kunt U deze contacten?
- A: Mijn familie woont in Spanje. Ik kan deze bellen. Ik woon op het volgende adres: [adres] [woonplaats] Het telefoonnummer is: [nummer] . V: Indien wij U gaan verwijderen naar Uw land van herkomst, gaat U dan Uw medewerking geven.
- A: Ik kan niet gaan zonder mijn kinderen, ik laat mijn kinderen niet in de steek.
- Ik wil niet terug naar Ecuador. Mijn hele familie is in Spanje. De man met wie ik samen woon verzorgd nu mijn kinderen samen met mijn familie. Mijn zus en mijn
- moeder wonen ook in Madrid.
- A: Ik ben getrouwd, maar de man met wie ik getrouwd ben heb ik geen relatie meer. Dit is de vader van mijn kinderen. Ik heb twee kinderen.
- 1. [naam] [geboortedag] 2010 te [woonplaats]
- 2. [naam] [geboortedag] 2013 te [woonplaats]
- De man waar ik mee getrouwd ben is de vader van [naam] , die man heeft mij verlaten. Ik kreeg [naam] toen ik 24 jaar oud was, de vader van [naam] heeft mij verlaten toen hij 9 maanden oud was.
- V: Waar zijn uw kinderen?
- A: De kinderen zijn nu bij mijn vriend. Mijn partner heet: [naam] . Hij heeft de Peruaanse nationaliteit. Hij mag verblijven in Spanje. Hij woont al 15 jaar in Spanje. We hebben nu 2 jaar een relatie. We zijn niet officieel getrouwd.
- V: Zijn het uw eigen kinderen of zijn het kinderen van uw echtgenoot?
- A: Nee, het zijn mijn eigen kinderen
- V: Heeft u ergens in Europa een verblijfsvergunning aangevraagd?
- A: Ja, ik heb een vergunning aangevraagd in Spanje en deze procedure loopt nog steeds.
- Ik kan dit aantonen, maar daarvoor zult u mijn advocaat moeten bellen.
- Nee, daarom ging ik die papieren halen om een scheidingsprocedure op te starten.
- V: Heeft U een zorgplicht voor een familielid in Nederland of enig EU lidstaat en zo ja, waaruit bestaat deze zorg?
- A: Ja, ik heb zorgplicht voor mijn beide kinderen die in Spanje wonen. Beiden hebben de Spaanse nationaliteit.
- V: Beoefent u een vechtsport?
- A: Nee, dat beoefen ik niet.
- O: Ik heb diverse documenten ontvangen van betrokkene, waaronder paspoorten van de kinderen. Er zijn geen documenten bij die ander licht brengen op de zaak sinds het terugkeerbesluit wat betrokkene heeft gekregen in 2019 waar zij tegen in beroep is gegaan. Dit beroep is ongegrond verklaard.
- Na overleg met de IND is er besloten om betrokkene in bewaring te stellen.
- Ik heb dit aan betrokkene medegedeeld.
- V: Heeft U enige omstandigheden aan te voeren dat ik U geen terugkeerbesluit, dan wel daarbij een inreisverbod zou moeten opleggen?
- O: Zienswijze vreemdeling omstandigheden:
- Ik ben het er niet mee eens, ik ben er nog steeds mee bezig.. Ik kan niet zonder mijn kinderen naar Ecuador. Hoe moet ik nu verder. Hoe moeten mijn kinderen nu zonder mij?
vanuit Ecuador terug te keren naar Nederlandeen geldig paspoort met een Schengenvisum is vereist en uit EU-vis niet blijkt dat zij in het bezit is van een visum. Deze overweging miskent de verklaring van eiseres met betrekking tot het jaar van inreis in de Unie, de omstandigheden waaronder deze inreis heeft plaatsgevonden en de omstandigheid dat uit het dossier niet blijkt dat eiseres na deze inreis in 2000 ooit is teruggekeerd naar Ecuador en vervolgens de Unie weer is ingereisd. In het terugkeerbesluit dat dient om vast te stellen dat sprake is van onrechtmatig verblijf is voorts geen enkele overweging gewijd aan de verklaringen van eiseres dat zij kinderen heeft met wie zij in Spanje samenwoont en voor wie zij zorgt.
Beslissing
- verklaart beide beroepen gegrond;
- vernietigt bestreden besluit 1;
- vernietigt bestreden besluit 2 en beveelt de onmiddellijke opheffing van de maatregel van bewaring;
- gelast de onmiddellijke invrijheidstelling van eiseres met ingang van 12 november 2021;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden tot het betalen van een schadevergoeding aan eiseres tot een bedrag van € 1.490,--, te betalen door de griffier en beveelt de tenuitvoerlegging van deze schadevergoeding;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 2.244,--.
Tegen deze uitspraak voor zover die over bestreden besluit 1 gaat, kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.