ECLI:NL:RBDHA:2021:10844
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Distributeursactiviteiten multilevel marketing kwalificeren als bron van inkomen en winst uit onderneming
Eiser verrichtte activiteiten als distributeur voor een multilevel marketingorganisatie en ontving aanzienlijke bonussen. Verweerder legde navorderingsaanslag IB/PVV 2014 en aanslagen 2015 en 2016 op, welke eiser betwistte. De rechtbank oordeelde dat voor 2014 sprake was van een nieuw feit dat navordering rechtvaardigde.
De rechtbank stelde vast dat de inkomsten uit de distributieactiviteiten een objectieve voordeelsverwachting bevatten en derhalve een bron van inkomen vormden. De activiteiten kwalificeerden als winst uit onderneming, waarbij eiser voldeed aan het urencriterium en recht had op ondernemersfaciliteiten.
Proceskosten die eiser opvoerde voor juridische bijstand werden niet als zakelijke kosten erkend en kwamen niet voor aftrek in aanmerking. De rechtbank vernietigde de uitspraken op bezwaar en bepaalde dat de aanslagen nader vastgesteld moeten worden met inachtneming van de winst uit onderneming, exclusief de niet-aftrekbare kostenpost. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraken op bezwaar en draagt verweerder op de aanslagen nader vast te stellen met toepassing van winst uit onderneming en zonder aftrek van proceskosten.