ECLI:NL:RBDHA:2020:9672
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen weigering asielaanvraag op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel bij Italië
Eisers, een Iraanse familie met minderjarige kinderen, hebben asiel aangevraagd in Nederland. Verweerder heeft deze aanvragen niet in behandeling genomen omdat op grond van de Dublinverordening Italië verantwoordelijk is voor de behandeling. Eisers betwisten dit en stellen dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet meer kan worden toegepast vanwege de situatie in Italië, mede door de coronamaatregelen.
De rechtbank overweegt dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in haar uitspraken van 8 april 2020 heeft geoordeeld dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel blijft gelden, ook voor kwetsbare asielzoekers. De rechtbank acht het aan eisers om aannemelijk te maken dat de situatie in Italië zodanig is verslechterd dat dit niet langer kan worden aangenomen, hetgeen zij niet hebben gedaan.
De rechtbank weegt mee dat de Italiaanse autoriteiten garanties hebben gegeven over de opvang en bescherming van kwetsbare personen en dat de coronamaatregelen vergelijkbaar zijn met die in Nederland. Ook de interim measures van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens bieden geen aanleiding om het vertrouwen in Italië te ondermijnen.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De beroepen van eisers tegen de weigering van hun asielaanvragen worden ongegrond verklaard.