ECLI:NL:RBDHA:2020:8764
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning zelfstandige Turkse ondernemer wegens onvoldoende onderbouwing
Eiser, een Turkse zelfstandige en eigenaar van een eenmanszaak in Amsterdam sinds 2014, verzocht om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd onder de beperking 'arbeid als zelfstandige'. De staatssecretaris wees de aanvraag af vanwege het niet voldoen aan het mvv-vereiste en onvoldoende onderbouwing van het ondernemingsplan, met name een gebrekkige markt- en concurrentieanalyse.
Eiser stelde dat zijn ondernemingsplan voldoende concreet en onderbouwd was, dat zijn onderneming sinds 2014 bestond en dat aanvullende bewijsverzoeken in strijd waren met het Turkse Associatierecht. Tevens voerde hij aan dat het mvv-vereiste en het terugkeerbesluit in strijd waren met de standstill-bepaling van het Aanvullend Protocol.
De rechtbank oordeelde dat het ondernemingsplan te algemeen was en onvoldoende toegespitst op de onderneming van eiser, waardoor verweerder terecht het advies van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland niet heeft ingewonnen. De rechtbank verwierp het beroep en het standpunt dat het mvv-vereiste en het terugkeerbesluit in strijd waren met het Aanvullend Protocol. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd eveneens afgewezen.
De rechtbank wees tevens een proceskostenveroordeling af en informeerde partijen over de mogelijkheid van hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.