ECLI:NL:RVS:2018:3925
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- A.B.M. Hent
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige vreemdeling
De vreemdeling met de Turkse nationaliteit vroeg een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan om als zelfstandige in een klusbedrijf te werken. De staatssecretaris wees de aanvraag af vanwege onvoldoende onderbouwing, met name een gebrek aan een toereikende markt- en concurrentieanalyse in het ondernemingsplan.
De rechtbank oordeelde dat de vreemdeling aannemelijk had gemaakt dat zijn toetreding tot het bedrijf de winst significant zou verhogen en vernietigde het besluit van de staatssecretaris. De staatssecretaris ging in hoger beroep en stelde dat de vreemdeling alle vereiste stukken volgens de Vreemdelingencirculaire 2000 moest overleggen, waaronder een gedetailleerde marktanalyse, wat niet was gebeurd.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte onvoldoende gewicht had toegekend aan het ontbreken van een markt- en concurrentieanalyse toegespitst op de eigen dienst. De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Andere beroepsgronden, zoals strijd met het gelijkheidsbeginsel en het niet horen in bezwaar, werden eveneens verworpen.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning blijft in stand.