ECLI:NL:RBDHA:2020:8269
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen overdracht asielzoekers aan Italië op grond van Dublinverordening
Eisers, een gezin met de Azerbeidzjaanse nationaliteit, hebben asiel aangevraagd in Nederland, maar hun verzoeken werden niet in behandeling genomen omdat Italië verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. Eisers betoogden dat Italië onvoldoende opvang biedt en dat overdracht in strijd is met artikel 3 EVRM Pro en het C.K.-arrest, mede gezien hun kwetsbare situatie en de recente geboorte van een kind.
De rechtbank overweegt dat Nederland mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eisers niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij bij overdracht aan Italië een reëel risico lopen op een onmenselijke behandeling. De rechtbank verwijst naar recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak die bevestigen dat ondanks tekortkomingen in Italië, het asiel- en opvangsysteem geen ontoelaatbare risico's oplevert.
Eisers hebben geen medische documenten overgelegd die een ernstige gezondheidstoestand aantonen die overdracht zou verbieden. De aanvraag om uitstel van vertrek wegens medische redenen is nog in behandeling en vormt geen reden om de zaak aan te houden of eisers in de nationale procedure op te nemen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de vorderingen af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de overdracht aan Italië wordt ongegrond verklaard en afgewezen.