Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 19 augustus 2020 in de zaak tussen
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door listige kunstgrepen, hetzij door een samenweefsel van verdichtsels, iemand te bewegen tot afgifte van enig goed, te weten de Arubaanse verzekeringsportefeuille.”
€ 10.599.828. Uit deze opstelling maak ik op dat gedurende deze 6 jaar de portefeuille alleen in 2012 verliesgevend was. (…) Een dergelijke berekening is op zich niet ongebruikelijk. (…)
- of is voldaan aan de vereisten om te mogen navorderen en zo ja, of de navorderingsaanslag tijdig is opgelegd;
- of eiser uit hoofde van de overdracht van de verzekeringsportefeuille van [N.V. 1] naar [N.V. 2] een belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden heeft genoten en zo ja, of het belastbare resultaat uit overige werkzaamheden dan terecht is vastgesteld op € 7.028.640;
- of recht bestaat op een schadevergoeding op grond van artikel 8:73 Algemene Pro wet bestuursrecht (Awb);
- of eiser recht heeft op vergoeding van immateriële schade in verband met overschrijding van de redelijke termijn;
- of recht bestaat op een integrale proceskostenvergoeding.
- de navorderingsaanslag is buiten de vijfjaarstermijn en daarmee niet tijdig opgelegd; de verlengde navorderingstermijn is niet van toepassing;
- dat overigens is voldaan aan de navorderingsvereisten zoals opgenomen is artikel 16 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen, heeft verweerder niet aannemelijk gemaakt;
- eiser heeft geen belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden genoten; 1) eiser heeft geen inkomsten genoten, 2) er is geen sprake van door eiser verrichte arbeid, 3) er is geen sprake van een vermogenstransactie, 4) er is niet voldaan aan het voordeelscriterium (er is geen voordeel beoogd en er was redelijkerwijs ook geen voordeel te verwachten);
- indien wel sprake is van een belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden, dan is dit te hoog vastgesteld;
- eiser heeft een belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden genoten; hij heeft in samenwerking met de zoon werkzaamheden verricht en daarvoor indirect, namelijk via [N.V. 2] , een voordeel genoten, welk voordeel was beoogd en ook redelijkerwijs was te verwachten;
- de omvang van het voordeel is gebaseerd op de door [N.V. 1] geschatte waarde van de Arubaanse verzekeringsportefeuille ten tijde van de overdracht van € 21.600.000 en is dus niet te hoog vastgesteld;
- er is geen plaats voor een schadevergoeding op grond van artikel 8:73 Awb Pro, reeds omdat in de civiele procedure van eiser tegen de Ontvanger een vaststellingsovereenkomst tot stand is gekomen waarbij is overeengekomen dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen;
- er bestaat geen aanleiding tot toekenning van een integrale proceskostenvergoeding of een vergoeding van immateriële schade in verband met overschrijding van de redelijke termijn.
.
(vgl. CRvB 10 maart 1998, nr. AAW 93/476, ECLI:NL:CRVB:1998:ZB7594).
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vernietigt de navorderingsaanslag IB/PVV 2008 en de daarbij gegeven beschikking heffingsrente;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.179;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 47 aan eiser te vergoeden.