ECLI:NL:RBDHA:2020:8096
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning zelfstandige en oplegging inreisverbod
Eiser heeft voor de derde maal een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor het doel arbeid als zelfstandige bij zijn kapsalon. De eerdere aanvragen werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwde ondernemingsplannen.
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft de aanvraag afgewezen omdat eiser niet voldeed aan de voorwaarden voor een zelfstandige verblijfsvergunning en hem een inreisverbod van twee jaar opgelegd. Eiser stelde dat hem herstelverzuim had moeten worden geboden en dat het besluit niet zorgvuldig was genomen.
De rechtbank oordeelt dat eiser de benodigde stukken tijdig had moeten overleggen en dat het documentatievereiste niet in strijd is met het recht. Ook is het inreisverbod niet disproportioneel en is de hoorplicht niet geschonden. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning en het opgelegde inreisverbod wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.