ECLI:NL:RBDHA:2020:5949
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep wegens onvoldoende bewijs identiteit en nationaliteit vreemdeling
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin haar aanvraag voor een verblijfsdocument werd afgewezen wegens het ontbreken van voldoende bewijs van haar identiteit en nationaliteit.
De rechtbank overweegt dat het bewijsvereiste van identiteit en nationaliteit een algemeen uitgangspunt is in het Unierecht en dat dit ook ten tijde van de aanvraag van eiseres gold, ondanks dat dit toen nog niet expliciet in het beleid was opgenomen. De toevoeging van deze voorwaarde aan het beleid wordt gezien als een verduidelijking van het bestaande uitgangspunt.
Eiseres heeft geen geldig paspoort of identiteitskaart overgelegd en de overige documenten, zoals verklaringen van het dorpscomité en het volksbestuur, zijn niet rechtsgeldig omdat zij niet zijn gelegaliseerd. Ook heeft zij geen verklaring van het Public Security Bureau kunnen overleggen. Hierdoor is niet aannemelijk gemaakt dat zij een derdelander is met recht op verblijf.
Het beroep op het Handvest en het EVRM faalt omdat deze rechten niet leiden tot afgifte van het gevraagde verblijfsdocument zonder dat de identiteit en nationaliteit zijn vastgesteld. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van identiteit en nationaliteit.