ECLI:NL:RVS:2022:910
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing aanvraag verblijfsdocument gemeenschapsonderdaan
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 17 april 2020 de aanvraag van een vreemdeling om afgifte van een verblijfsdocument als gemeenschapsonderdaan af. De vreemdeling maakte bezwaar, dat op 3 december 2019 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 11 juni 2020 het beroep ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling stelde vast dat de vreemdeling nog steeds belang had bij de procedure, ondanks de stelling van de staatssecretaris dat de vreemdeling met onbekende bestemming was vertrokken. De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris een onjuiste bewijsmaatstaf en beoordelingskader had gehanteerd bij de beoordeling van de identiteit en nationaliteit van de vreemdeling, in strijd met eerdere jurisprudentie en het arrest Chavez-Vilchez van het HvJEU.
Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris vernietigd. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van de vreemdeling. Hiermee werd de vreemdeling in het gelijk gesteld en krijgt zij de mogelijkheid haar aanvraag opnieuw te laten beoordelen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit en de uitspraak worden vernietigd en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.