ECLI:NL:RBDHA:2020:5891
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beroep tegen Dublin-overdracht naar Italië ondanks medische en opvangzorgen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Eiser stelde dat hij in Italië onvoldoende opvang en medische zorg zou krijgen, mede vanwege zijn lichamelijke beperking en een recent geweldsincident. Ook verwees hij naar de coronapandemie als belemmering voor overdracht.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende bewijs had geleverd van systematische tekortkomingen in het Italiaanse asiel- en opvangsysteem die het interstatelijk vertrouwensbeginsel zouden ondermijnen. Zijn persoonlijke situatie en medische klachten waren niet voldoende onderbouwd met medische stukken. De rechtbank stelde dat eiser zich bij problemen tot de bevoegde instanties in Italië moet wenden.
Verder werd geoordeeld dat de coronamaatregelen een tijdelijk overdrachtsbeletsel vormen, maar dit maakt de vaststelling van Italië als verantwoordelijke lidstaat niet onrechtmatig. De rechtbank volgde eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat er geen sprake is van een zodanige verslechtering van de opvang in Italië dat overdracht onrechtmatig zou zijn.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter M. Eversteijn en griffier A.M. Zwijnenberg op 23 juni 2020, via een niet-openbare zitting vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de Dublin-overdracht naar Italië wordt ongegrond verklaard.