ECLI:NL:RVS:2019:2957
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet in behandeling nemen aanvraag verblijfsvergunning asiel
Bij besluit van 4 december 2018 heeft de staatssecretaris de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank, die dit beroep op 22 januari 2019 gegrond verklaarde en het besluit vernietigde. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vaststelling van de leeftijd van de vreemdeling. De staatssecretaris had onderzoek gedaan in Italië waaruit bleek dat de vreemdeling onder vier meerderjarige aliassen bekend stond. Volgens vaste jurisprudentie rust de bewijslast op de vreemdeling om aannemelijk te maken dat de geregistreerde leeftijd onjuist is. De vreemdeling had een kopie van een schoolkaart overgelegd, maar dit werd niet als voldoende bewijs erkend.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris terecht uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat de vreemdeling niet aannemelijk had gemaakt dat de leeftijdsregistratie in Italië onjuist was. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat de staatssecretaris aanvullend onderzoek moest doen en dat hij onzorgvuldig had gehandeld door geen leeftijdsonderzoek aan te bieden.
Het hoger beroep van de staatssecretaris werd daarom gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen het besluit om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.