ECLI:NL:RBDHA:2020:2134
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Italië op grond van Dublinverordening
Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker, diende op 19 augustus 2019 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling, aangezien eiser eerder in Italië asiel had gevraagd.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt ten opzichte van Italië, verwijzend naar diverse rapporten en nieuwsartikelen die de situatie van asielzoekers in Italië kritisch beschrijven. De rechtbank overwoog dat het uitgangspunt is dat verweerder mag vertrouwen op de naleving van internationale verplichtingen door Italië, zoals bevestigd in eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De rechtbank stelde vast dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Italië zijn verdragsverplichtingen niet nakomt of dat terugkeer naar Italië zou leiden tot een situatie in strijd met artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro. Het recente rapport van SFH/OSAR richt zich vooral op kwetsbare asielzoekers, maar eiser heeft geen bijzondere kwetsbaarheid gesteld. De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht het interstatelijk vertrouwensbeginsel toepast en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.