ECLI:NL:RBDHA:2020:15147
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op uitstel van vertrek wegens medische gronden op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet
Eiser heeft een aanvraag ingediend om uitstel van vertrek te verkrijgen op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, vanwege zijn medische situatie. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard, omdat eiser zijn identiteit en nationaliteit niet aannemelijk heeft gemaakt en het medisch advies van het Beroepsgeneeskundig Medisch Adviesbureau (BMA) uit 2017 concludeert dat noodzakelijke medische zorg in Rusland beschikbaar en toegankelijk is.
Eiser voerde aan dat hij niet over de benodigde documenten beschikt en dat het op de weg van verweerder lag om nader medisch advies in te winnen. De rechtbank oordeelt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in bewijsnood verkeert en dat verweerder terecht geen nieuw BMA-advies heeft gevraagd vanwege het ontbreken van een toestemmingsverklaring.
Daarnaast heeft eiser onvoldoende onderbouwd dat hij niet wordt toegelaten tot Rusland of dat de medische behandeling daar niet toegankelijk is. De rechtbank volgt het beleid dat vereist dat de identiteit en nationaliteit met originele documenten worden aangetoond om de feitelijke toegankelijkheid van medische zorg te beoordelen.
De rechtbank concludeert dat verweerder terecht het beroep heeft afgewezen en het verzoek om voorlopige voorziening afwijst. Het beroep is ongegrond verklaard en het griffierecht is kwijtgescholden wegens betalingsonmacht.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag uitstel van vertrek op medische gronden is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.