Uitspraak
,eiser
1.ECLI:NL:RVS:2020:1624
3.ECLI:NL:RVS:2020:1560
;
Rechtbank Den Haag
Eisers, een gezin, hebben gelijktijdig een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder, de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, heeft niet tijdig beslist op deze aanvragen, wat aanleiding gaf tot beroepen bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat er sprake is van samenhang tussen de aanvragen, waardoor slechts één dwangsom verschuldigd is. De dwangsom wordt vastgesteld op €1.442,- voor de periode van 19 november 2019 tot 1 januari 2020. Daarnaast legt de rechtbank een uiterste beslistermijn van zestien weken op, conform het 8+8 wekenmodel, om zowel het belang van eisers als dat van verweerder te waarborgen.
Verweerder wordt verplicht binnen acht weken na verzending van de uitspraak een eerste gehoor te houden en binnen acht weken daarna een besluit te nemen. Voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt, moet een dwangsom van €100,- worden betaald, met een maximum van €7.500,-. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van €262,50 aan proceskosten aan eisers.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, stelt een dwangsom van €1.442,- vast en legt een beslistermijn van zestien weken op.