ECLI:NL:RBDHA:2020:14632
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank stelt dwangsom vast wegens niet tijdig beslissen op asielaanvragen echtpaar
Eisers, een echtpaar, hebben gelijktijdig een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft niet binnen de wettelijke termijn op deze aanvragen beslist. Eisers hebben de Staatssecretaris op 1 februari 2020 in gebreke gesteld, waarna de rechtbank constateert dat de beslistermijn is overschreden.
De rechtbank stelt vast dat vanwege de samenhang tussen de aanvragen slechts één dwangsom van €1.442,- verschuldigd is, berekend over de periode van 18 februari tot 31 maart 2020. De rechtbank wijst erop dat de Staatssecretaris nog geen besluit heeft genomen en legt een termijn van zestien weken op om alsnog te beslissen, conform het 8+8 wekenmodel dat ruimte biedt voor een eerste gehoor en zorgvuldige besluitvorming.
Daarnaast bepaalt de rechtbank dat voor elke dag dat de beslistermijn na deze termijn wordt overschreden, een dwangsom van €100,- per dag geldt, met een maximum van €7.500,-. Eisers worden ook een proceskostenvergoeding van €262,50 toegekend vanwege het inschakelen van juridische hulp. De rechtbank wijst verzoeken van de Staatssecretaris om verlaging van de dwangsom af en benadrukt het belang van een tijdige en zorgvuldige besluitvorming.
Uitkomst: De rechtbank stelt een dwangsom van €1.442,- vast en legt een beslistermijn van zestien weken op aan de Staatssecretaris.