ECLI:NL:RBDHA:2020:12941
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen BPM-heffing op basis van koerslijst en ex-rental waardering
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de voldoeningen op aangifte van belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM) voor twee auto's, een Mercedes Benz S-klasse en een Audi Q2. Zij stelt onder meer dat de hoorplicht is geschonden, dat zij zich mocht baseren op ex-rental voertuigen voor waardebepaling, dat sprake is van een verschil in heffingsmodaliteiten in strijd met het Unierecht, en dat de CO2-uitstootwaarden onjuist zijn toegepast. Tevens vordert zij vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De rechtbank oordeelt dat de hoorplicht niet is geschonden aangezien eiseres is gehoord en verweerder niet verplicht is om vooraf kentekengegevens te verstrekken. De bewijslast voor vermindering van BPM rust op eiseres, die niet aannemelijk heeft gemaakt dat de auto's ex-rentals zijn of dat sprake is van een te hoge CO2-uitstoot. De rechtbank volgt eiseres niet in haar stelling dat een correctiefactor wegens de staat van de auto's moet worden toegepast. Ook is geen sprake van overschrijding van de redelijke termijn.
De rechtbank wijst het beroep af en ziet geen aanleiding voor prejudiciële vragen aan het HvJ EU. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de BPM-heffing wordt ongegrond verklaard en de heffing blijft gehandhaafd.