ECLI:NL:RBDHA:2020:10456
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen buiten-zittinguitspraak BPM: beroep kennelijk ongegrond, schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Opposante heeft bezwaar gemaakt tegen de Belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM) voor twee voertuigen en beroep ingesteld tegen de uitspraken op bezwaar. De rechtbank heeft de beroepen buiten zitting ongegrond verklaard en opposante heeft hiertegen verzet gedaan.
De rechtbank oordeelt dat de hoorplicht niet is geschonden en dat niet is gebleken dat sprake is van ex-rental auto’s die een vermindering van BPM rechtvaardigen. De vereenvoudigde afdoening van het beroep zonder zitting is niet in strijd met het Unierecht of het EVRM, mede omdat opposante de mogelijkheid heeft gehad om haar gronden aan te vullen.
Er is een overschrijding van de redelijke termijn van berechting met één maand vastgesteld, waarvoor een schadevergoeding van € 500 wordt toegekend. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 262,50 en vergoeding van het griffierecht van € 345. De uitspraak bevestigt dat de beroepen kennelijk ongegrond zijn en het verzet ongegrond wordt verklaard.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van € 500, proceskosten van € 262,50 en griffierecht van € 345.