Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
4.Bewijs
de rechtbank begrijpt: het zusje van [slachtoffer 1]). De verdachte heeft toen aan haar billen en reet gezeten, ze voelde zijn vingers “inpoeren” tussen haar billen en over het midden van haar piepie.
- de consulten waarbij de betreffende handelingen werden gepleegd waren heimelijk opgenomen, en daarbij had de verdachte – zo is gebleken ter zake van feit 2 op grond van de daar genoemde feiten en omstandigheden – opzet op het maken van kinderpornografie, in de zin van afbeeldingen van minderjarigen met een onmiskenbaar seksuele strekking;
- uit de overwegingen ter zake de feiten van dagvaarding I, waarbij bewezen is geacht dat verdachte ontucht met zijn dochter en minderjarige vriendinnen van zijn dochter heeft gepleegd, zelf kinderporno heeft vervaardigd en commerciële kinderporno in bezit heeft gehad, is gebleken van een seksuele belangstelling voor jonge meisjes;
- de betreffende handelingen waren medisch niet noodzakelijk. Hoewel dat een geobjectiveerde conclusie is, gaat de rechtbank er van uit dat verdachte als huisarts in opleiding van dat gebrek aan noodzaak in beginsel op de hoogte was. Voor zover de verdachte verklaart dat hij sommige protocollen niet had geraadpleegd, dan wel uit onzekerheid meer onderzoek deed dan nodig, onderzoek breder dan nodig inzette, of ter vergroting van zijn ervaring onnodig onderzoek deed om te weten hoe een en ander bij een ‘gezonde’ patiënt is, acht de rechtbank die verklaringen niet geloofwaardig in het licht van de andere omstandigheden, te minder nu het doen van onnodig onderzoek in beginsel besproken moet worden met de patiënt, hetgeen in geen enkel geval is gebeurd.
len van die [slachtoffer 6] en
4oktober 2017 te Leiden, met de aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige [slachtoffer 7] , [geboortedatum] 2010, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 7] , te weten het:
heeft vervaardigd,
en afbeeldingen engegevensdragers, te weten een PC en een mobiele telefoon en een harde schijf, bevattende afbeeldingen, in bezit heeft gehad, terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen onder meer bestonden uit:
onder andereeen externe harde schijf) van seksuele gedragingen bij welke vorenbedoelde afbeeldingen en filmbestanden telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken, heeft verworven en in bezit heeft gehad welke seksuele gedragingen bestonden uit onder andere:
persoon, al dan niet geheel of gedeeltelijk ontkleed, word
tonderzocht en/of word
tbehandeld, te weten de volgende films:
18afbeeldingen, te weten video’s, en een gegevensdrager bevattende afbeeldingen (te weten een computer), van seksuele gedragingen waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken, te weten:
dentoevertrouwd, die ontuchtige handelingen er in bestaande dat verdachte, terwijl verdachte (telkens) de betreffende consulten/behandelingen (heimelijk en/of bewust) op video heeft opgenomen:
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De strafoplegging
8.De vorderingen van de benadeelde partijen / de schadevergoedingsmaatregelen
kunstzinnige therapie en de daarbij behorende reiskostenheeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat deze schade dient te worden afgewezen, nu dit onvoldoende met stukken (bijvoorbeeld verwijzing van een arts) is onderbouwd. Wat betreft de immateriële schade die is gevorderd door de benadeelde partijen [slachtoffer 7] en [slachtoffer 4] heeft de raadsman verzocht om die bedragen aanzienlijk te matigen, nu de onderhavige zaak onvoldoende gelijkenis vertoont met de zaak waarop de benadeelde partijen zich hebben beroepen. Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij
eigen risico 2018 en 2019, fysiotherapie en de ten behoeve daarvan gemaakte reis- en parkeerkostendienen te worden afgewezen, omdat dit geen rechtstreekse schade betreft als gevolg van het bij dagvaarding II onder 1 bewezenverklaarde feit en tevens onvoldoende onderbouwd is.
9.Beslag
10.De toepasselijke wetsartikelen
11.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
66 (zesenzestig) MAANDEN;
ter beschikking wordt gestelden beveelt dat de terbeschikkinggestelde
van overheidswege zal worden verpleegd;