ECLI:NL:HR:2010:BK6910
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt seksueel binnendringen bij misbruik dochter en vermindert straf wegens termijnoverschrijding
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem over seksueel misbruik van de dochter van de verdachte in de periode december 1991 tot en met december 1992. De verdachte werd ervan beschuldigd zijn dochter te hebben gedwongen tot handelingen die mede bestonden uit seksueel binnendringen, waaronder het likken en betasten van de vagina en schaamlippen.
Het Hof baseerde zijn bewezenverklaring op verklaringen van de verdachte, het slachtoffer en getuigenverklaringen. De verdachte erkende de handelingen, waaronder het 'geven van orale seks' aan zijn dochter. Het hof verwierp het verweer dat er geen sprake was van verkrachting omdat er geen penetratie met het geslachtsdeel had plaatsgevonden, verwijzend naar het 'Tongzoenarrest' van de Hoge Raad dat elke vorm van binnendringen met seksuele strekking onder art. 242 Sr Pro valt.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had en dat het oordeel toereikend was gemotiveerd. Wel stelde de Hoge Raad vast dat de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro was overschreden, wat leidde tot vermindering van de straf met negen maanden. Het cassatieberoep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt het seksueel binnendringen en vermindert de straf tot acht maanden gevangenisstraf wegens termijnoverschrijding.