Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 15 mei 2019 in de zaak tussen
[eiseres], te [plaats], eiseres,
de minister van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Alle gronden falen.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, werkzaam als coördinerend beleidsmedewerker bij de NCTV, werd geschorst en de toegang tot dienstgebouwen ontzegd wegens een vermoeden van ernstig plichtsverzuim, gebaseerd op een integriteitsonderzoek dat concludeerde dat zij 739,5 uur minder had gewerkt dan vereist. Eiseres betwistte de juistheid van het onderzoek en stelde dat zij haar verlofuren niet correct registreerde, maar wel recht had op de betreffende uren.
De rechtbank oordeelde dat het bestuursorgaan voldoende had gemotiveerd waarom het advies van de Adviescommissie werd genegeerd en dat de verdenking van plichtsverzuim concreet en zwaarwegend was. De maatregelen waren proportioneel en in het belang van de dienst. Het verzoek om rectificatie en spijtbetuiging werd afgewezen omdat de handelswijze niet diffamerend was.
Ten aanzien van het ontslag op eigen verzoek met een eerdere ingangsdatum dan verzocht, stelde de rechtbank vast dat dit conform het Algemeen Rijksambtenarenreglement was en dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij daardoor onevenredig werd geschaad. De passages over melding bij de AIVD en het niet accepteren als gesprekspartner werden niet als zelfstandige besluiten gezien.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De rechtbank achtte de redelijke termijn niet overschreden en wees het verzoek om dwangsom af.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen schorsing, toegangsontzegging en ontslag wordt ongegrond verklaard.