Uitspraak
5.De rechtbank overweegt hierover als volgt.
9.In de in de bestreden besluiten aangehaalde uitspraken van de Afdeling van16 september 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2533), 9 december 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:3291), 16 januari 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:73), 7 april 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:971), 6 augustus 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:2614), 10 oktober 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:3246), 19 december 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:4131),27 december 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:4310), 17 januari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:134) en 29 januari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:277) is geoordeeld dat verweerder ten aanzien van Italië mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel omdat niet is gebleken van systematische tekortkomingen in de asielprocedure of de opvangvoorzieningen. De door eisers ingeroepen informatie, te weten het eerder genoemde rapport ‘Mutual trust is still not enough’, leidt niet tot een ander oordeel. Zoals de Afdeling heeft overwogen in de uitspraak van 29 april 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1395) is het beeld uit dit rapport vergelijkbaar met de informatie die is beoordeeld in de eerder genoemde uitspraak van de Afdeling van 19 december 2018. De rechtbank ziet geen grond om in het onderhavige beroep tot een andersluidend oordeel te komen. Dat geldt ook voor de door eisers ingeroepen brief van Vluchtelingenwerk Nederland en de update van het AIDA rapport. De meest recente rapporten geven geen wezenlijk ander beeld van de situatie in Italië. Eisers hebben dit ter zitting erkend en toegelicht dat het beeld dat al bestond wordt bevestigd in de brief van Vluchtelingenwerk Nederland en de update van het AIDA rapport, zodat onder meer de in het rapport ‘Mutual trust is still not enough’ genoemde casussen niet meer als ‘incidenten’ kunnen worden bestempeld. Eisers zijn het evenwel met de door de rechterlijke instanties aan de situatie in Italië verbonden conclusie dat geen sprake is van aan het systeem gerelateerde tekortkomingen niet eens. De rechtbank concludeert dan ook dat niet aan het door het Hof van Justitie van de EU gegeven criterium is voldaan.
11.In het arrest Tarakhel heeft het EHRM onder meer het volgende overwogen:
systeemfouten die resulteren in onmenselijke of vernederende behandelingenis naar het oordeel van de rechtbank niet op de onderhavige situatie toegesneden. Zoals blijkt uit rechtsoverweging 113 van het arrest Tarakhel was ook ten tijde van de toen gemaakte beoordeling volgens de Italiaanse autoriteiten geen sprake van het systematisch splitsen van gezinnen. De in die rechtsoverweging aangehaalde ontkenning van de Italiaanse autoriteiten dat gezinnen van asielzoekers systematisch werden gescheiden en dat dit slechts in een paar gevallen en voor zeer korte duur was voorgekomen tijdens identificatieprocedures, heeft het EHRM niet weerhouden van zijn oordeel. De in het voorgaande (onder punt 11) geciteerde overwegingen van het EHRM inzake Tarakhel zijn opgenomen onder het kopje “ii The applicants’ individual situation”. Die overwegingen zien dus niet op de beoordeling of sprake is van
systeemfoutendie resulteren in onmenselijke of vernederende behandelingen, maar hebben betrekking op de beoordeling van de individuele situatie van de betrokken asielzoekers. De door verweerder in de bestreden besluiten aangehaalde Afdelingsuitspraken zien voorts voor het overgrote deel op de situatie voorafgaand aan de inwerkingtreding van het Salvini decreet. De uitspraak van de Afdeling van 19 december 2018 heeft, zoals van de zijde van eisers terecht is aangevoerd, geen betrekking op de extra kwetsbare categorie asielzoekers waartoe eisers, zijnde een gezin met zeer jeugdige kinderen, behoren. Mede gelet op al het voorgaande heeft verweerder zijn standpunt naar het oordeel van de rechtbank niet (enkel) kunnen baseren op de circular letter van de Italiaanse autoriteiten van 8 januari 2019, nu hieruit niet blijkt waar gezinnen met minderjarige kinderen zullen worden opgevangen en op welke wijze de opvang tegemoet komt aan de speciale behoeftes van minderjarige kinderen.