ECLI:NL:RBDHA:2019:3065
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen weigering asielaanvraag wegens Dublinverordening en minderjarigheid
Eiser, van Gambiaanse nationaliteit, heeft op 28 juli 2018 in Nederland asiel aangevraagd. Verweerder heeft de aanvraag niet in behandeling genomen omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening, aangezien eiser daar op 13 september 2017 een verzoek om internationale bescherming heeft ingediend.
Eiser betwistte zijn geregistreerde geboortedatum en stelde minderjarig te zijn, ondersteund door een voogd van Nidos. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht twijfelde aan de opgegeven geboortedatum en dat de registratie in Italië zorgvuldig is gebeurd. Eiser slaagde er niet in aannemelijk te maken dat hij minderjarig is, mede omdat hij geen identificerende documenten overlegde.
Verder voerde eiser aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet meer kan worden toegepast vanwege tekortkomingen in het Italiaanse asielstelsel, vooral voor kwetsbare personen. De rechtbank volgde dit niet, verwijzend naar recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak en internationale rapporten die het vertrouwen in Italië bevestigen.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht de asielaanvraag niet in behandeling heeft genomen en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de asielaanvraag is ongegrond verklaard omdat Italië verantwoordelijk is en de minderjarigheid van eiser niet aannemelijk is gemaakt.