ECLI:NL:RBDHA:2019:2365
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige bekering tot christendom en onvoldoende risico op ernstige schade bij terugkeer
Eiser, een Iraanse nationaliteit dragende asielzoeker, verzocht om een verblijfsvergunning op grond van zijn bekering tot het christendom en de daaruit voortvloeiende vervolging. Hij stelde dat de Iraanse autoriteiten hem hadden gezocht na een inval in zijn woning en werkplaats waarbij christelijke symbolen werden aangetroffen. De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van de bekering en het ontbreken van een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer.
De rechtbank voerde een uitgebreid onderzoek uit, waarbij ook een heropening van het onderzoek plaatsvond na publicatie van een nieuwe werkinstructie over de beoordeling van geloofsovertuigingen. Eiser kon niet overtuigend verklaren over het proces van zijn bekering, toonde inconsistenties en gaf onvoldoende uitleg over essentiële geloofsaspecten. Ook de overgelegde kerkelijke verklaringen en documenten waren onvoldoende om zijn bekering aannemelijk te maken.
Daarnaast achtte de rechtbank de door eiser opgevoerde inval in zijn woning en werkplaats niet aannemelijk en vond het vreemd dat hij zijn naasten niet op de hoogte stelde van de inval. De rechtbank concludeerde dat eiser niet voldoet aan de criteria voor vluchtelingenstatus en dat het risico op ernstige schade bij terugkeer niet is aangetoond.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardige bekering en onvoldoende risico op ernstige schade bij terugkeer.