ECLI:NL:RBDHA:2018:8358
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag BPM voor registratie kampeerauto en toepassing Europees recht
Eiser diende aangifte BPM in voor een kampeerauto, maar verweerder legde een naheffingsaanslag op omdat volgens hem te weinig BPM was voldaan. Eiser stelde dat het Europees verdedigingsbeginsel was geschonden omdat hij niet voorafgaand aan de naheffingsaanslag was gehoord en dat de heffing in strijd was met artikel 110 VWEU Pro vanwege ongelijke behandeling van nieuwe en gebruikte kampeerauto’s.
De rechtbank oordeelde dat het verdedigingsbeginsel alleen geldt bij besluiten binnen het toepassingsgebied van het EU-recht, wat hier niet het geval is omdat BPM een zuiver binnenlandse heffing is. Ook werd geoordeeld dat de naheffingsaanslag niet in strijd is met artikel 110 VWEU Pro, mede gelet op eerdere jurisprudentie van de Hoge Raad.
Daarnaast verklaarde de rechtbank het bezwaar tegen de hoogte van de naheffingsaanslag tardief en wees zij het verzoek om prejudiciële vragen aan het HvJ EU af. De opgelegde verzuimboete van 10% werd passend geacht omdat eiser geen pleitbaar standpunt aannemelijk had gemaakt.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag BPM en de verzuimboete wordt ongegrond verklaard.