ECLI:NL:RBDHA:2018:5920
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- T.A. de Hek
- S.E. Postema
- L.M. Brouwer-Harten
- Rechtspraak.nl
Verlengde navorderingstermijn niet van toepassing op box 1-correcties bij buitenlandse bankrekeningen
De rechtbank Den Haag behandelde het geschil tussen eiser en de Belastingdienst over navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor de jaren 2004 tot en met 2014, inclusief vergrijpboetes en heffingsrente. Eiser had buitenlandse bankrekeningen bij UBS en Deutsche Bank niet aangegeven, en verweerder legde navorderingsaanslagen op met toepassing van de verlengde navorderingstermijn voor bepaalde jaren.
De rechtbank stelde vast dat de verzwegen inkomsten uit overige werkzaamheden op het gebied van woninginrichting in Nederland zijn opgekomen, waardoor de verlengde navorderingstermijn niet van toepassing is op deze box 1-correcties. Tevens oordeelde de rechtbank dat eiser geen beroep kon doen op de inkeerregeling omdat hij op het moment van inkeer redelijkerwijs moest vermoeden dat de Belastingdienst op de hoogte was van zijn buitenlandse rekeningen, mede door het groepsverzoek aan Zwitserse autoriteiten en media-aandacht.
De navorderingsaanslagen en vergrijpboetes voor de jaren 2004, 2006, 2008, 2009 en 2010 werden daarom verminderd. De navorderingsaanslag over 2012 bleef gehandhaafd. De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het hoger beroep staat open bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: De navorderingsaanslagen en vergrijpboetes over de jaren 2004, 2006, 2008, 2009 en 2010 worden verminderd, de inkeerregeling wordt niet toegepast.