ECLI:NL:HR:2001:AB1375
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- A.G. Pos
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt navorderingsaanslagverhoging wegens toepassing gunstiger overgangsrecht
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1987 een navorderingsaanslag opgelegd met een verhoging van 100% wegens onvolledige aangifte van buitenlandse vermogensbestanddelen. Na bezwaar en beroep bij het hof werd de verhoging verminderd tot 75%. De Hoge Raad stelt vast dat belanghebbende in 1985 vermogensbestanddelen had ondergebracht op een Zwitserse bankrekening die niet was aangegeven.
Het hof oordeelde dat de verbetering van de aangifte niet vrijwillig was omdat belanghebbende vermoedde dat de Belastingdienst de onvolledigheid zou ontdekken. De Hoge Raad overweegt dat de nieuwe regeling in artikel 67n van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, die een gunstiger regime voor belastingplichtigen bevat, met onmiddellijke werking geldt vanaf 1 januari 1998, ook voor feiten van vóór die datum.
Omdat belanghebbende niet wist en ook niet redelijkerwijs hoefde te vermoeden dat de inspecteur op de hoogte was van de onjuistheid, is de verhoging niet gerechtvaardigd. De Hoge Raad vernietigt daarom het hofuitspraak en de navorderingsaanslagverhoging en bepaalt dat de aanslag zonder verhoging geldt. Tevens veroordeelt de Hoge Raad de Staatssecretaris van Financiën in de proceskosten.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wordt verminderd tot een aanslag zonder verhoging wegens toepassing van het gunstiger overgangsrecht.