ECLI:NL:RBDHA:2018:4902
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvragen Iraakse soennieten uit Bagdad wegens onvoldoende individuele vervolgingsdreiging
Eisers, Iraakse soennieten afkomstig uit Bagdad, hebben asielaanvragen ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid zijn afgewezen. De rechtbank heeft het beroep tegen deze besluiten behandeld en geoordeeld dat eisers onvoldoende hebben aangetoond dat zij persoonlijk het risico lopen op vervolging of ernstige schade bij terugkeer.
De rechtbank overwoog dat de ontvangen dreigbrief en het schietincident uit 2007 niet specifiek gericht waren op eiser en dat de problemen destijds het gevolg waren van de algemene veiligheidssituatie in Bagdad. Ook het verblijf van eisers in Bagdad tussen 2013 en 2015 zonder problemen weegt mee in het oordeel dat er geen concrete dreiging is.
Daarnaast is vastgesteld dat soennieten in Bagdad niet systematisch worden blootgesteld aan onmenselijke behandeling en dat de Iraakse autoriteiten maatregelen nemen om de veiligheid te verbeteren. Eisers kunnen bovendien terugkeren naar Bagdad zonder onoverkomelijke toegangs- en vestigingsbelemmeringen.
Gezien het ontbreken van een reëel risico op vervolging of onmenselijke behandeling, en het niet aannemelijk maken van medische redenen voor uitstel, verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees de asielaanvragen af.
Uitkomst: De rechtbank wijst de asielaanvragen af wegens onvoldoende aannemelijk gemaakte persoonlijke vervolgingsdreiging.