ECLI:NL:RBDHA:2018:15592
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling kostendekkendheid en opbrengstlimiet legesverordening omgevingsvergunning gemeente Den Haag
Eiseres stelde dat de Legesverordening omgevingsvergunning 2013, versie 2016 van de gemeente Den Haag onverbindend moest worden verklaard wegens een kostendekkendheid van 110%, wat volgens haar de opbrengstlimiet overschrijdt zoals bedoeld in artikel 229b, eerste lid, van de Gemeentewet. Verweerder gaf inzicht in de kostendekkendheid aan de hand van een VNG-model en begrotingsgegevens, waaruit bleek dat de baten 92,36% van de lasten bedragen.
Eiseres betwistte de toerekening van bepaalde kostenposten, waaronder overhead, huisnummering, facturatie en toeslagen voor adviesdiensten. De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende aannemelijk had gemaakt dat deze kosten terecht en juist waren toegerekend als lasten ter zake. Ook de raming van verminderingsbesluiten werd als aannemelijk beoordeeld ondanks het ontbreken van precieze onderbouwing.
De rechtbank stelde vast dat de gemeente de opbrengsten bouwleges voor 2016 redelijk had geraamd en dat er geen sprake was van een vooraf kenbare overschrijding van de opbrengstlimiet die tot onverbindendverklaring van de verordening zou moeten leiden. Kruissubsidiëring binnen de verordening werd toegestaan, en er was geen aanwijzing voor overschrijding tussen verschillende legesverordeningen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aanslag leges gehandhaafd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag leges gehandhaafd.