ECLI:NL:RBDHA:2018:15590
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen onverbindendverklaring legesverordening omgevingsvergunning 2013 gemeente Den Haag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de aanslag leges en de Legesverordening omgevingsvergunning 2013 (versie 2016) van de gemeente Den Haag, stellende dat de kostendekkendheid van 110% leidt tot onverbindendverklaring van de verordening. De rechtbank heeft beoordeeld of sprake is van een overschrijding van de opbrengstlimiet zoals bedoeld in artikel 229b, eerste lid, van de Gemeentewet.
Verweerder heeft inzicht gegeven in de kostendekkendheid aan de hand van een VNG-model en begrotingsgegevens, waaruit blijkt dat de baten 92,36% van de lasten bedragen. Eiseres betwistte enkele kostenposten, waaronder overhead en kosten van huisnummering, facturering en inhuur van adviesdiensten. De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat deze kosten terecht als lasten ter zake zijn opgenomen.
Verder is vastgesteld dat de meeropbrengst van leges in 2016 ten opzichte van de begroting € 7.700.000 bedroeg, veroorzaakt door onverwacht meer grote bouwaanvragen. Dit leidt niet tot een vooraf kenbare overschrijding die de verordening onverbindend maakt. Kruissubsidiëring binnen de verordening is toegestaan, en er is geen sprake van overschrijding tussen verschillende legesverordeningen.
De rechtbank concludeert dat eiseres niet is geslaagd in haar bewijslast en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de onverbindendverklaring van de Legesverordening omgevingsvergunning 2013 wordt ongegrond verklaard.