ECLI:NL:RBDHA:2018:13255
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens faciliteren oorlogsmisdrijven en oplegging inreisverbod
Eiser, een Libanese nationaliteit, diende een asielaanvraag in Nederland in die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd afgewezen als kennelijk ongegrond vanwege gedragingen die onder artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag vallen. Verweerder stelde dat eiser betrokken was bij oorlogsmisdrijven door het faciliteren van het gebruik van burgers als menselijk schild tijdens het conflict tussen Hezbollah en Israël in 2006.
De rechtbank oordeelde dat eiser wist of had moeten weten van het gebruik van burgers als menselijk schild en dat zijn handelen – waaronder het creëren van communicatiecodes, het voorzien van voedsel en het dragen van wapens – een wezenlijke bijdrage leverde aan deze misdrijven. Eiser voerde verweer over gebrek aan persoonlijke deelname en dwang, maar deze argumenten werden verworpen.
Daarnaast stelde eiser dat hij bij terugkeer naar Libanon risico loopt op schending van artikel 3 EVRM Pro, maar de rechtbank vond onvoldoende bewijs voor een reëel risico op onmenselijke behandeling. De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht een inreisverbod van tien jaar oplegde en dat het beroep ongegrond is. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag en het inreisverbod wordt ongegrond verklaard.