ECLI:NL:RBDHA:2018:969
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. Soffers
- T. Sleeswijk Visser-de Boer
- I.J.K. van der Meer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende bewijs artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Eiser, een Syrische staatsburger, vroeg in 2016 een verblijfsvergunning asiel aan. Verweerder wees deze aanvraag af en legde een inreisverbod van tien jaar op, op grond van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag, omdat eiser verdacht werd van betrokkenheid bij ernstige misdrijven tijdens de militaire dienst in Hama in 1981.
De rechtbank onderzocht de bewijsvoering van verweerder en concludeerde dat niet is vastgesteld dat eiser in de cruciale periode in april 1981 in Hama aanwezig was of persoonlijk heeft deelgenomen aan de misdrijven. De verklaringen van eiser waren inconsistent en onvoldoende om de zware bewijslast te dragen.
Daarmee faalde verweerder in het aantonen van 'knowing' en 'personal participation' zoals vereist onder artikel 1F. De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen het inreisverbod en de afwijzing van de verblijfsvergunning gegrond is en vernietigde het besluit. Verweerder moet een nieuw besluit nemen en wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning en het inreisverbod worden vernietigd.