Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Nietigheid van de dagvaarding ten aanzien van feit 1
4.Feit 2: hennepkwekerij [straat 1] 26
5.Feit 3: hennepkwekerijen [straat 2] 638 en [straat 3] 19
6.Feit 4: (gewoonte)witwassen
7.Feit 5: voorhanden hebben vuurwapen en munitie
8.De bewezenverklaring
enbewerkt, een grote hoeveelheid
hennepplantenals bedoeld in artikel 11 lid 5 van Pro de Opiumwet, zijnde
hennepeen middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;
heeftgehad, terwijl hij wist dat die voorwerpen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf, en hij van het plegen van dit feit een gewoonte heeft gemaakt;
9.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
gebruikenvan de gelden. De door de raadsman aangehaalde jurisprudentie betreft een casus die slechts zag op een bewezenverklaring van het voorhanden hebben en niet van het gebruikmaken van de gelden, aldus de officier van justitie.
eigenmisdrijf kan het enkele voorhanden hebben als witwassen worden gekwalificeerd.
10.De strafbaarheid van de verdachte
11.De strafoplegging
12.De toepasselijke wetsartikelen
13.De beslissing
4 (vier) maanden, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde:
drie jarenvastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;