Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 30 maart 2017 in de zaak tussen
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
€ 99.000
Rechtbank Den Haag
Eiser betwistte de heffing van box 3 over zijn vermogen, waaronder een recreatiewoning die volgens hem geen rendement oplevert vanwege onverkoopbaarheid en verbod op verhuur. Hij stelde dat het forfaitaire rendement van 4% onjuist en in strijd met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM is.
De rechtbank oordeelde dat de woning terecht is betrokken bij de rendementsgrondslag en dat het forfaitaire stelsel wettelijk is verankerd zonder differentiatie naar soort bezittingen. De Hoge Raad heeft eerder geoordeeld dat dit stelsel niet in strijd is met artikel 1 EP Pro. De rechtbank volgt dit oordeel ook voor 2014.
Verder is het bezwaar van eiser tijdig ingediend en is het te late verweerschrift van verweerder niet nadelig voor eiser. De rechtbank concludeert dat eiser onvoldoende heeft aangetoond dat het forfaitaire rendement leidt tot een individuele, buitensporig zware last.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst zij een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de heffing van box 3 inclusief de recreatiewoning.