ECLI:NL:RBDHA:2017:15466
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.J. Praamstra
- M.C. Verra
- J. Nicholson
- Rechtspraak.nl
Vernietiging inreisverbod wegens onvoldoende motivering ondanks handhaving intrekking verblijfsvergunning
Eiser verbleef meer dan 30 jaar rechtmatig in Nederland en werd herhaaldelijk veroordeeld voor diverse zware misdrijven, wat leidde tot intrekking van zijn verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd en oplegging van een vijfjarig inreisverbod.
De rechtbank oordeelde dat de intrekking van de verblijfsvergunning terecht was op grond van de glijdende schaal uit het Vreemdelingenbesluit, gezien het aantal en de zwaarte van de veroordelingen en het recidivegevaar. Het beroep tegen de intrekking werd echter niet-ontvankelijk verklaard omdat het inreisverbod het verblijf feitelijk onmogelijk maakt.
Het inreisverbod werd vernietigd wegens een gebrek aan motivering waarom het persoonlijke gedrag van eiser een actuele en ernstige bedreiging voor de openbare orde vormt, zoals vereist volgens het arrest Z.Zh. en I.O. van het HvJEU. De rechtbank handhaafde echter de rechtsgevolgen van het inreisverbod omdat verweerder materieel wel de juiste belangenafweging had gemaakt.
Verder oordeelde de rechtbank dat er geen sprake was van een beschermenswaardig gezins- of privéleven dat een uitzondering zou rechtvaardigen. De belangen van de Nederlandse samenleving wogen zwaarder dan die van eiser. De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het inreisverbod wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de intrekking van de verblijfsvergunning blijft gehandhaafd.