ECLI:NL:RBDHA:2017:10903
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning regulier voor kind wegens ontbreken geldig paspoort
Eiseres, moeder van een in Nederland geboren zoon met Somalische nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor haar zoon als familie- of gezinslid. De aanvraag werd afgewezen omdat de zoon niet beschikte over een geldig document voor grensoverschrijding (paspoort) en niet was aangetoond dat het onmogelijk was om een paspoort te verkrijgen. De vader van het kind, met Ethiopische nationaliteit, heeft geen verblijfsvergunning en is niet vrijgesteld van het paspoortvereiste.
Eiseres stelde dat het onmogelijk was voor de vader om een paspoort te verkrijgen vanwege weigering door de Ethiopische autoriteiten, en dat het paspoortvereiste onterecht werd toegepast, met verwijzing naar eerdere jurisprudentie en het recht op gezinsleven onder artikel 8 EVRM Pro. Ook werden belangen van het kind en het gezin aangevoerd, waaronder het belang van het kind om bij zijn moeder te blijven en de onmogelijkheid van terugkeer naar Somalië.
De rechtbank oordeelde dat het beleid rechtmatig is en dat verweerder terecht het paspoortvereiste toepast. De vader van het kind had niet alles ondernomen wat redelijkerwijs van hem kon worden verwacht om een paspoort te verkrijgen. De belangenafweging onder artikel 8 EVRM Pro was zorgvuldig gemaakt en er was geen sprake van disproportionele gevolgen. Ook de beroepen op het IVRK en het Handvest werden verworpen.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat de afwijzing van de verblijfsvergunning terecht is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en geen sprake van discriminatie of bestraffing van het kind op grond van omstandigheden van de ouders.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning voor het kind wegens ontbreken van een geldig paspoort is ongegrond verklaard.