Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Over het beroep
- eiser is afkomstig uit Afghanistan;
- eiser is bekeerd tot het christendom;
- eiser heeft verklaard dat hij homoseksueel is en dat hij in Afghanistan vreest voor vervolging als gevolg van zijn homoseksuele gerichtheid.
De rechtbank concludeert dat verweerder wel in derde procedure veel vragen heeft gesteld over de bekering, maar dat hij in geen van de daaropvolgende besluiten een inhoudelijk beoordeling van de gegeven antwoorden heeft gegeven. Het bestreden besluit is op dit punt dan ook niet deugdelijk gemotiveerd. Wat hiervan het gevolg moet zijn, overweegt de rechtbank hierna.
2.9. ‘Bij die beoordeling hecht de staatssecretaris in de regel terecht veel waarde aan de verklaringen van een vreemdeling over zijn eigen ervaringen. Elke vreemdeling die een seksuele gerichtheid als asielmotief aanvoert, zal zich immers op enig moment van die gerichtheid bewust zijn geworden en zich gerealiseerd hebben dat zijn gerichtheid in zijn omgeving of land van herkomst niet - algemeen - geaccepteerd wordt of zelfs strafbaar is gesteld. Hij moet daarom kunnen verklaren over het moment waarop of de periode waarin hij zich bewust is geworden van zijn seksuele gerichtheid, wat deze seksuele gerichtheid voor hem heeft betekend en welke invloed dit heeft gehad voor de manier waarop hij uiting heeft gegeven aan zijn seksuele gerichtheid. Dit alles bezien tegen de achtergrond van zijn land van herkomst en de omgeving waaruit hij afkomstig is, waarbij relevant zijn het moment van bewustwording en eventuele andere belangrijke momenten, zoals het aangaan van een relatie. Daarbij verwacht de staatssecretaris terecht niet dat een vreemdeling in alle gevallen een uitgebreid bewustwordingsproces heeft doorlopen of een innerlijke worsteling heeft doorgemaakt, omdat dit te zeer zou uitgaan van stereotiepe opvattingen over een seksuele gerichtheid of een bepaald land. De staatssecretaris heeft ter zitting bij de Afdeling overigens naar voren gebracht dat de omstandigheid, dat een vreemdeling ontoereikend heeft verklaard over zijn eigen ervaringen zonder dat hiervoor een rechtvaardiging bestaat, niet in alle gevallen ertoe hoeft te leiden dat hij de door die vreemdeling gestelde seksuele gerichtheid ongeloofwaardig acht. Daarbij kan van belang zijn dat die vreemdeling over andere aspecten die verband houden met zijn seksuele gerichtheid als asielmotief wél overtuigend kan verklaren. (…)”
Verder heeft verweerder doorslaggevend belang gehecht aan de bewustwording van eiser. Uit de gegeven antwoorden van eiser blijkt daarvan volgens verweerder onvoldoende. In het licht van de hiervoor genoemde uitspraak van de ABRvS oordeelt de rechtbank dat verweerder zelf in die zaak heeft verklaard dat hij niet verwacht dat betrokkene in alle gevallen een uitgebreid bewustwordingsproces heeft doorlopen of een innerlijke worsteling heeft doorgemaakt, omdat dit te zeer zou uitgaan van stereotiepe opvattingen over een seksuele gerichtheid of een bepaald land. Dat verweerder in eerste instantie kijkt naar het bewustwordingsproces is in orde, maar verweerder moet ook werk maken van dat tweede deel van zijn beoordelingswijze zoals hij die in de genoemde zaak bij de ABRvS heeft toegelicht. Waarom van eiser dan wel verwacht wordt dat hij een uitgebreid bewustwordingsproces heeft doorlopen, blijkt uit het besluit niet. De beoordeling is daar ten onrechte gestopt. Ook is niet zichtbaar bij de beoordeling betrokken dat uit verschillende medische bronnen blijkt dat eiser, vanwege zijn psychische gesteldheid en een "zo-zijn", moeilijk in staat is om zijn gevoelens onder woorden te brengen. Uit het nader gehoor blijkt dit in die zin dat eiser de homoseksuele gerichtheid vooral koppelt aan seksuele ervaringen met mannen en niet zozeer aan verliefdheid. Ook op dit onderdeel mist het besluit een deugdelijke motivering.
- moet verweerder eiser aanvullend horen over de bekering en de homoseksuele gerichtheid en vooral de samenhang daartussen;
- moet verweerder een inhoudelijke en complete beoordeling verrichten naar de geloofwaardigheid van de bekering van eiser;
- moet verweerder, mede in het licht van de medische verklaringen die zijn overgelegd, motiveren hoe hij de door eiser gegeven antwoorden over de homoseksuele gerichtheid waardeert en weegt in overeenstemming met het kader dat hiervoor onder 14 is weergegeven;
- moet verweerder dat wat eiser naar voren heeft gebracht in de aanvullingen en correcties op het nader gehoor van 10 december 2015 zichtbaar betrekken bij de besluitvorming.
Bij de toepassing van een bestuurlijke lus bestaat het risico dat het bestuursorgaan de herstelmogelijkheid oppakt vanuit de gedachte dat hij een en ander beter moet uitleggen. Dat is niet de bedoeling. Met de beoordeling hierboven vraagt de rechtbank nadrukkelijk van verweerder met een open blik naar de zaak te kijken. Juist omdat de beoordeling hier zo gefragmenteerd is verlopen, op één punt onvoldoende is doorgevraagd en de zienswijzen onvoldoende tot hun recht zijn gekomen, moet verweerder nu als het ware door het hele dossier heen kijken en dan bepalen wat pleit voor en wat pleit tegen het verhaal van eiser. Dit is niet het type zaak waarvan de rechtbank in deze fase al denkt "hier moet vergunning worden verleend", maar zeker ook niet het type zaak waarvan de rechtbank denkt "hier is vergunningverlening niet op haar plaats". De rechtbank geeft verweerder mee dat de uitkomst van een nieuwe beoordeling ook kan zijn dat één van de asielmotieven geloofwaardig is en het andere niet. De rechtbank bepaalt de termijn waarbinnen verweerder het gebrek kan herstellen op vier weken na verzending van deze tussenuitspraak.
(ECLI:NL:RVS:2013:CA2877).