ECLI:NL:RBDHA:2016:5185
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.C.H.M. Lips
- N. Djebali
- J.P.F. Slijpen
- Rechtspraak.nl
Vermindering navorderingsaanslag en vergrijpboete wegens onjuiste waardering onroerende zaken
Eiseres stelde van 30 december 2005 tot 1 juli 2007 onroerende zaken ter beschikking en verhuurde deze vanaf 1 juli 2007 aan een derde. De waarde van deze onroerende zaken werd in een eerdere procedure vastgesteld op € 555.000 per 30 december 2005. In de aangifte IB/PVV 2007 gaf eiseres geen stakingsresultaat aan, terwijl de inspecteur een navorderingsaanslag oplegde gebaseerd op een waarde van meer dan € 1,5 miljoen per 1 juli 2007.
De rechtbank oordeelde dat eiseres te kwader trouw handelde door bewust een te lage waarde aan te geven, ondanks de bekende WOZ-waarden die een hogere waarde aangaven. De inspecteur mocht daarom navorderen. Echter, de rechtbank vond dat de inspecteur niet aannemelijk had gemaakt dat de waarde zo hoog was als gesteld en bepaalde de waarde per 1 juli 2007 op € 575.000.
De navorderingsaanslag werd dienovereenkomstig verminderd en de vergrijpboete werd gematigd vanwege overschrijding van de redelijke termijn. Tevens werd het verzoek van de inspecteur om interne compensatie gehonoreerd, waardoor het inkomen uit sparen en beleggen werd aangepast. De rechtbank veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De navorderingsaanslag en vergrijpboete worden verminderd wegens een lagere vastgestelde waarde en matiging van de boete wegens overschrijding van de redelijke termijn.