ECLI:NL:RBDHA:2016:17146
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde aanvraag verblijfsvergunning asiel wegens ontbreken nieuwe feiten en onvoldoende risico op schending EVRM
Eiser, een Iraakse staatsburger, heeft meerdere keren een verblijfsvergunning asiel aangevraagd, waarvan eerdere aanvragen door verweerder zijn afgewezen en deze besluiten in rechte onaantastbaar zijn geworden. De herhaalde aanvraag van 24 juli 2014 werd wederom afgewezen, waarop eiser beroep instelde.
Verweerder stelde dat eiser geen nieuwe feiten of omstandigheden (nova) had aangevoerd die het eerdere oordeel konden weerleggen dat hij geen reëel risico loopt op vervolging of schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer naar Irak. De authenticiteit van door eiser overgelegde documenten kon niet worden vastgesteld, en eiser faalde in het aantonen daarvan. Ook de algemene veiligheidssituatie in Bagdad werd niet als zodanig beoordeeld dat deze een reëel risico oplevert.
Eiser voerde aan dat het ne bis in idem-kader niet langer van toepassing is en dat verweerder ten onrechte de authenticiteit van documenten bij hem legde. Tevens stelde hij dat hij als niet-praktiserend sjiitisch moslim zonder sociaal netwerk een reëel risico loopt, en verwees naar recente ambtsberichten en rapporten over de veiligheidssituatie in Bagdad.
De rechtbank oordeelde dat verweerder het besluit terecht en deugdelijk gemotiveerd had genomen, dat eiser geen relevante nieuwe feiten had aangevoerd, en dat de situatie in Bagdad niet zodanig verslechterd was dat sprake is van een situatie als bedoeld in de Vreemdelingenwet en de Definitierichtlijn. Ook het ontbreken van sociaal netwerk en religieuze achtergrond bracht geen reëel risico mee. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de herhaalde aanvraag verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard.