Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De procedure
2.De feiten
Gemachtigde van eiseres:
Rechtbank Den Haag
Op 20 oktober 1994 raakte een hoofdagent van de Politie gewond tijdens een vaarinstructie met een snelle motorboot. De agent vordert dat de Politie aansprakelijk wordt gesteld voor het ongeval en de daaruit voortvloeiende schade.
De Politie betwist aansprakelijkheid en voert aan dat de civiele rechter niet bevoegd is, omdat de bestuursrechter exclusief bevoegd zou zijn. De rechtbank oordeelt echter dat de civiele rechter wel bevoegd is, omdat de bestuursrechtelijke procedure door de eiseres is ingetrokken voordat een uitspraak is gedaan.
De rechtbank stelt vast dat de feiten over de gebruikte boot en de rol van de stuurman nog onvoldoende vaststaan, waardoor het geschil zich niet leent voor behandeling in een deelgeschilprocedure. Het verzoek wordt daarom afgewezen. De kosten van de procedure worden begroot op € 3.979,63, maar de veroordeling tot betaling van deze kosten wordt afgewezen zolang de aansprakelijkheid niet is vastgesteld.
Uitkomst: Verzoek tot behandeling deelgeschil over aansprakelijkheid afgewezen wegens onvoldoende vaststaande feiten.