ECLI:NL:RBDHA:2014:1365
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gebruik van insteekbriefjes in tabaksverpakkingen strijdig met reclameverbod Tabakswet
British American Tobacco Nederland B.V. (BAT) voegde insteekkaartjes, zogenaamde inserts, toe aan de verpakking van haar tabaksproducten. De Minister van Volksgezondheid legde BAT een boete op wegens overtreding van het reclameverbod in artikel 5 lid 1 van Pro de Tabakswet. BAT maakte bezwaar en vorderde in kort geding een verbod op de handhavingspraktijk van de Staat, in afwachting van een definitieve bestuursrechtelijke uitspraak.
De rechtbank stelt vast dat de inserts niet als onderdeel van de verpakking kunnen worden beschouwd, omdat zij niet dienen om het product te verpakken en van buitenaf niet zichtbaar zijn. De Tabakswet verbiedt alle vormen van reclame, behalve de strikt genoemde uitzonderingen, waaronder de verpakking. Inserts vallen hier niet onder en vormen dus reclame.
BAT stelde ook dat het lex certa-beginsel werd geschonden en dat de handhavingspraktijk in strijd was met het vertrouwensbeginsel. De rechtbank verwierp deze argumenten, verwijzend naar vaste jurisprudentie en het feit dat BAT inmiddels op de hoogte is van de handhavingspraktijk. Gezien de beleidsvrijheid van de toezichthouder en het ontbreken van onmiskenbaar onjuist optreden, werd de vordering afgewezen en BAT veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van BAT tot schorsing van handhaving van het reclameverbod wegens inserts in tabaksverpakkingen wordt afgewezen.