ECLI:NL:CBB:2012:BY7506
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- J.L.W. Aerts
- H.A.B. van Dorst-Tatomir
- M.M. Smorenburg
- Rechtspraak.nl
College van Beroep bevestigt verbod op tabaksreclame bij mobiele verkooppunten op evenementen
Philip Morris Holland B.V. stelde hoger beroep in tegen boetes opgelegd door de minister van Volksgezondheid wegens overtreding van het tabaksreclameverbod tijdens evenementen in 2005 en 2006. De boetes betroffen het gebruik van mobiele verkooppunten met opvallende presentatie, waaronder een bord met het woord “Cigarettes” en een afbeelding van een sigaret.
De rechtbank Rotterdam oordeelde dat de wijze van presentatie niet viel onder de uitzondering van reguliere presentatie zoals bedoeld in de Tabakswet en bevestigde de boetes. Philip Morris betwistte dit oordeel en voerde onder meer aan dat de presentatie neutraal was, dat het verbod onduidelijk is en dat de boetes onterecht hoog waren.
Het College van Beroep bevestigde de eerdere jurisprudentie dat een sobere uitstalling toegestaan is, maar dat de gebruikte mobiele verkooppunten met aandachttrekkende elementen niet als reguliere presentatie kunnen worden aangemerkt. Het verbod op reclame blijft van toepassing. Het College oordeelde dat de minister bevoegd was de boetes op te leggen en verwierp de bezwaren tegen de hoogte en grondslag van de boetes.
Wel werd de boete gematigd met 30% vanwege overschrijding van de redelijke termijn in de procedure. Het College vernietigde de eerdere uitspraak en stelde de boetebedragen vast op €37.500 per overtreding, in totaal €112.500. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellante.
Uitkomst: Het College bevestigt het verbod op tabaksreclame bij mobiele verkooppunten en matigt de boetes tot €37.500 per overtreding wegens overschrijding redelijke termijn.