ECLI:NL:RBDHA:2013:CA2467
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- I. Obbink-Reijngoud
- M.A. Dirks
- J.A. Booij
- Rechtspraak.nl
Rechtsgeldigheid vaststellingsovereenkomst en immateriële schadevergoeding bij navordering vermogensbelasting
Eiseres en haar zus hebben inkomsten en vermogen verzwegen met betrekking tot een rekening bij de Kredietbank Luxembourg. Na een strafrechtelijk onderzoek en het verkrijgen van bankafschriften is een vaststellingsovereenkomst gesloten waarin eiseres zich verbond aan de navorderingsaanslag vermogensbelasting 1999 en de daarbij behorende boetes en heffingsrente.
Eiseres stelde dat zij onder druk de overeenkomst had getekend en dat bepaalde boetes onterecht waren opgelegd. De rechtbank oordeelde dat de vaststellingsovereenkomst rechtsgeldig tot stand was gekomen, zonder sprake van wilsgebrek of druk, en dat eiseres daaraan gebonden was. De navorderingsaanslag werd dan ook gehandhaafd.
Wel werd geoordeeld dat de behandeling van het bezwaar en beroep onredelijk lang had geduurd, mede door aanhoudingen in afwachting van proefprocedures. De rechtbank kende daarom een immateriële schadevergoeding van €1.000 toe wegens overschrijding van de redelijke termijn. Het beroep werd verder ongegrond verklaard en het betaalde griffierecht werd aan eiseres vergoed.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard, de vaststellingsovereenkomst is rechtsgeldig en verweerder wordt veroordeeld tot een immateriële schadevergoeding van €1.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn.