ECLI:NL:RBBRE:2012:BY2280
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging navorderingsaanslag inkomstenbelasting wegens onvoldoende bewijs verzwegen inkomen
Belanghebbende deed aangifte inkomstenbelasting voor 2005 met opgegeven looninkomsten, winst uit onderneming en eigenwoningforfait. De inspecteur legde een navorderingsaanslag op waarbij het inkomen uit werk en woning aanzienlijk werd verhoogd op basis van vermoedens van gefingeerde dienstbetrekking en een strafrechtelijk onderzoek.
De rechtbank oordeelt dat de inspecteur onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat belanghebbende daadwerkelijk inkomen uit werk en woning heeft verzwegen. De activiteiten voor het verkrijgen van een hypotheek waren niet van dien aard dat sprake was van resultaat uit overige werkzaamheden. Verklaringen in het strafdossier betroffen de partner en maakten geen bewijs van werkzaamheden of inkomen van belanghebbende.
Wel is vastgesteld dat het inkomen uit sparen en beleggen hoger was dan opgegeven, maar dit leidt niet tot een aanzienlijke lagere belasting volgens de aangifte. De navorderingsaanslag wordt daarom vernietigd. Tevens wordt de inspecteur veroordeeld tot betaling van een dwangsom wegens het niet tijdig doen van uitspraak en tot vergoeding van proceskosten aan belanghebbende.
Uitkomst: De navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2005 wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van verzwegen inkomen uit werk en woning.