ECLI:NL:RBBRE:2012:BX4591
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beperking invorderingsrente op grond van zorgvuldigheidsbeginsel bij vermogensbelasting
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de invorderingsrente die door de ontvanger van de Belastingdienst in rekening was gebracht naar aanleiding van een navorderingsaanslag vermogensbelasting over het jaar 2000. De rechtbank heeft het beroep van belanghebbende gegrond verklaard en de invorderingsrente verminderd van €4.594 naar €3.936.
De kern van het geschil betrof de vraag of de ontvanger terecht invorderingsrente had berekend, waarbij belanghebbende stelde dat hij door het ontbreken van een betalingskenmerk en acceptgiro niet in staat was het bedrag tijdig te voldoen. De rechtbank oordeelde dat belanghebbende aannemelijk had gemaakt dat hij na de uitspraak op bezwaar van 24 juni 2010 meerdere vergeefse pogingen had gedaan om te betalen, en dat het niet betalen niet aan hem te wijten was.
De rechtbank baseerde haar oordeel op het zorgvuldigheidsbeginsel en verwees naar jurisprudentie van de Hoge Raad die stelt dat onder omstandigheden invorderingsrente beperkt kan worden. De rechtbank volgde de berekening van de ontvanger voor de aangepaste invorderingsrente en veroordeelde de ontvanger tevens in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: De rechtbank vermindert de invorderingsrente tot €3.936 en veroordeelt de ontvanger in de proceskosten.