ECLI:NL:RBBRE:2012:BX0908
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank oordeelt dat klooster in hoofdzaak woning is voor OZB, reinigingsrecht en rioolheffing
Belanghebbende, eigenaar en gebruiker van een klooster, maakte bezwaar tegen aanslagen onroerende-zaakbelastingen (OZB), reinigingsrecht en rioolheffing die waren opgelegd door de gemeente Eindhoven. De heffingsambtenaar had het klooster als niet-woning aangemerkt en de aanslagen daarop gebaseerd. De rechtbank onderzocht of het klooster in hoofdzaak als woning kan worden beschouwd volgens artikel 220a van de Gemeentewet.
De rechtbank stelde vast dat het klooster bestaat uit meerdere vleugels met onder meer een kapel, slaapvertrekken, keukens, refters en andere voorzieningen die dienstbaar zijn aan woondoeleinden. Hoewel het klooster een religieus doel nastreeft en de zusters een aan God toegewijd leven leiden, betekent dit niet dat de woonfunctie van de afzonderlijke ruimten ondergeschikt is. De rechtbank concludeerde dat minimaal 70% van de waarde van het klooster toe te rekenen is aan woningdelen of delen die volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden.
Daarom oordeelde de rechtbank dat het klooster in hoofdzaak tot woning dient te worden gerekend. De aanslagen OZB voor het gebruikersdeel en het reinigingsrecht werden vernietigd en de aanslag OZB voor het eigenarendeel en de aanslag rioolheffing werden verminderd tot het tarief voor woningen. Tevens werd de heffingsambtenaar veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat het klooster in hoofdzaak woning is en vernietigt en vermindert de aanslagen overeenkomstig.